Blog

Een jas van stilte, over voorwaarden om te schrijven

  • Miriam┬áJanssen -
  • 27/02/2019  |  Comments (0)

Een jas van stilte
over voorwaarden voor schrijven
Het schrift ligt op mijn schone bureau, mijn vulpen ernaast. Ik heb gewacht tot de zon op het schrijfblad valt. De wind beweegt het gordijn, ik hoor merels in de tuin. Heb ik gezorgd dat ik de telefoon niet hoor? Is alles uit mijn blikveld verwijderd dat mij herinnert aan andere bezigheden?
Nu zijn alle rituelen voltrokken, eindelijk kan ik gaan schrijven. Dit is het begin van de magie. De uitkomst is ongewis en niet het belangrijkst. Het kostbaarst is het gevoel, helemaal op mezelf te zijn. Ik hul mij in een jas van stilte en verbeelding. Dit is mijn eigen tijd, tijd waarin mijn geest kan gaan waar zij wil.
Ik zou willen ‘gaan waar de woorden gaan’- naar Carmiggelt. Maar bewegen de woorden wel? Altijd is er de angst dat ze niet zullen komen. En altijd komen ze, soms kiezen ze een onverwachte richting. Ook dat doet er niet toe. Het gaat om die geheime kamer, ´A room of one’s own’, ‘De geheime tuin’. 
Vroeger had ik minder rituelen nodig om de overgang te maken naar die wereld. Maar de jas was van dezelfde materialen gemaakt als die van nu: van stilte en verbeelding.
Ik sla mijn schrift open en schrijf.
Ik gun mijn cursisten wat ik zelf ook vind in eigen cursussen en schrijfretraites: ruimte voor het schrijven.
Met een nieuw seizoen voor zich denken de gevorderden na over hun schrijfwensen voor de komende periode. Over wat hen tegenhoudt en over wat hen helpt, want schrijven is geen eenvoudig ambacht. Het is iets dat ze allemaal graag doen en toch zo vaak niet doen. Hierover gaat het gesprek, na de schrijfopdracht over ‘schrijfwensen, schrijfvijanden en schrijfvrienden’.
Die schrijfvrienden zijn hier, rond deze tafel. Dit gesprek biedt een moment van herkenning en relativering, want schrijven is een eenzame bezigheid. Je heimelijke wensen, je openlijke frustraties over schrijven: ze kunnen in je eigen hoofd mythische proporties aannemen, die in een sessie als deze weer krimpen tot acceptabele omvang.
We lachen samen om de vijanden: uitstelgedrag, computerspelletjes, mail, lawaai buiten, lawaai van binnen. De verwilderende tuin, de ega die wil koffiedrinken, de telefoon, de was. We lachen ook om de bekende mechanismen: je eigen teksten de grond in boren, al bij de eerste zin gaan perfectioneren enz.

Reddingslijnen bespreken we, die we gebruiken om niet te verzinken in het moeras van de dagelijkse bezigheden en sociale verplichtingen: een vaste dag voor schrijven, weggaan met de kampeerbus, lezen van mooie teksten, de stilte opzoeken, schrijfvrienden, schrijfretraites.
Het is voor mij en misschien voor iedere schrijver herkenbaar: de behoefte om vaker en langer te schrijven, en altijd weer die andere dingen die voorgaan. Om die reden heb ik zolang ik schrijf, meegedaan aan schrijfgroepen, cursussen en schrijfretraites. Toen ik een boekje wilde schrijven over mijn moeder, heb ik mij voor het eerst aangemeld voor een meerdaags ‘schrijversverblijf’ in België. In die week heb ik een structuur gemaakt voor mijn boekje, en uit een selectie van al het materiaal (dagboeken, agenda’s, losse briefjes) de eerste teksten geschreven. Maar vooral kon ik in die dagen de goede toon vinden. Daarna kon ik verder zonder begeleiding.

Nu haast dertig jaar geleden startte ik een eigen schrijfgroep, die soms wisselt van samenstelling. Je hebt daardoor steeds weer een deadline: de datum van de volgende bijeenkomst. Zonde als je niets inlevert daarvoor, want hoe vaak heb je nu de kans om echt feedback te krijgen op je teksten? Op de dag van samenkomst bespreken we de thuis al gelezen teksten, en na afloop krijgt ieder deze mee met door de groepsleden bijgeschreven commentaar. Ik kan mij erover verwonderen dat ik - toch schrijfdocent – soms zulke blinde vlekken kan hebben voor mijn eigen tekst. Als schrijver blijf je te dicht op je eigen werk zitten, ook al leer je steeds beter die lezersbril op te zetten. Ik herinner mij een sessie waarbij de groepsleden lumineuze ideeën hadden om woorden weg te strepen uit mijn gedicht, steeds meer woorden leken overbodig, bleken ‘darlings om te killen’. Plotseling riep ik wanhopig: ‘Ik heb nu alleen nog maar een titel!’ Grote hilariteit, en we noemden ons toen een tijd lang ´Het grote schrappen.´ Het snoeimes hanteren gaat zoveel beter bij de tekst van een ander. Maar ook zie je bij anderen helderder de parels blinken: mooie woorden, zinnen, wendingen. Feedback versterkt een tekst, scherpt de bedoeling van de schrijver aan.

Mijn eigen ervaring met schrijfretraites bracht me op het idee deze zelf ook te gaan organiseren in Nederland, vanaf 2007. Het zijn periodes van vijf aaneengesloten etmalen op een rustige en verzorgde plek. Ik vind het heerlijk om schrijvers een plek en tijd te bieden voor de concentratie op dat ene ding: schrijven. Als ondertitel gebruik ik dan ook de woorden: ‘Eindelijk schrijftijd.’ Een schrijftafel, een schrijfcoach, schrijfcollega’s. Geen was, geen bezoek, geen zorgen om je natje en droogje. Geen afleiding, geen uitstelgedrag, geen excuus. Zitten en schrijven. Jouw eigen kamer, jouw jas van stilte en verbeelding.
 

 

Reageer

Door op Verzenden te klikken gaat u akkoord met onze Privacyverklaring (AVG)

Quicklinks